Wat is hooggevoeligheid?
Een eigenschap van het centraal zenuwstelsel
Hooggevoeligheid, ook hoogsensitiviteit genoemd, is een eigenschap die 15-20 % van de mensen
heeft, ongeacht in welke cultuur mensen opgroeien. Hooggevoeligheid komt bij
mannen net zoveel voor als bij vrouwen.
Het is geen stoornis of afwijking, maar een eigenschap.
In de literatuur worden mensen die
hooggevoelig zijn veelal aangeduid als HSP: High Sensitive Persons.
Het verschil tussen hooggevoeligen en niet-hooggevoeligen
ligt in de prikkelverwerking in het centrale zenuwstelsel.
Het is niet zo dat
meer prikkels (waarnemingen) binnenkomen bij een HSP, want de zintuigen die de
prikkels opvangen verschillen niet van niet- hooggevoeligen, maar de verwerking
ervan in de hersenen gebeurt op een ‘dieper niveau’, en op een intensievere
manier.
Hersenscans hebben aangetoond dat hooggevoeligen bij
dezelfde prikkels (bijv. beelden) meer hersenactiviteit laten zien dan
niet-hooggevoeligen.
Omdat prikkels intenser verwerkt worden, loopt een
hooggevoelige eerder het risico om overprikkeld te raken: er is een groter risico
op stressklachten.
Overprikkeling kan leiden tot een breed scala van negatieve gevoelens zoals
onrust, irritatie, boosheid, verdriet, etc.
Langdurige overprikkeling kan leiden tot oververmoeidheid,
onverklaarde lichamelijke klachten, burn-out, en zelfs depressie.
Een hooggevoelig zenuwstelsel biedt echter ook voordelen: hooggevoeligen voelen meer aan, wat lijdt tot meer empathie, maar ook tot dieper en sneller inzicht in (complexe) situaties. Ook een grotere vindingrijkheid en intens kunnen genieten zijn positieve kanten van hooggevoeligheid.
